NEDERLANDS
🇬🇧

    Neerschieten

    top5000Zipf 4.4

    werkwoord

    • neerschieten

      Verb/'nersxitən; 'nersxitə/

      infinitief

      neerschieten

      tegenwoordige tijd

      schiet neerneerschietschieten neerneerschieten

      verleden tijd

      schoot neerneerschootschoten neerneerschoten

      tegenwoordig deelwoord

      neerschietendneerschietende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.