NEDERLANDS
🇬🇧

    Neutraliseert

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • neutraliseren

      Verb/nøtrali'zerən; nøtrali'zerə; nœytrali'zerən; nœytrali'zerə/

      infinitief

      neutraliseren

      tegenwoordige tijd

      neutraliseerneutraliseertneutraliseren

      verleden tijd

      neutraliseerdeneutraliseerden

      tegenwoordig deelwoord

      neutraliserendneutraliserende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning