NEDERLANDS
🇬🇧

    Niet-roken

    uncommonZipf 2.6

    bijwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • niet-roken

      Adverb/nit'rokən; nit'rokə/

      ~

      niet-roken
    • het niet-roken

      Common noun/'nitrokən; 'nitrokə/

      enkelvoud

      niet-roken

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.