NEDERLANDS
🇬🇧

    Normaliseren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • normaliseren

      Verb/nɔrmali'zerən; nɔrmali'zerə/

      infinitief

      normaliseren

      tegenwoordige tijd

      normaliseernormaliseertnormaliseren

      verleden tijd

      normaliseerdenormaliseerden

      tegenwoordig deelwoord

      normaliserendnormaliserende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning