NEDERLANDS
🇬🇧

    Normeren

    werkwoord

    • normeren

      Verb/nɔr'merən; nɔr'merə/

      infinitief

      normeren

      tegenwoordige tijd

      normeernormeertnormeren

      verleden tijd

      normeerdenormeerden

      tegenwoordig deelwoord

      normerendnormerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning