NEDERLANDS
🇬🇧

    Noteren

    B1commonZipf 3.6

    werkwoord

    • noteren

      Verb/no'terən; no'terə/

      infinitief

      noteren

      tegenwoordige tijd

      noteernoteertnoteren

      verleden tijd

      noteerdenoteerden

      tegenwoordig deelwoord

      noterendnoterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.