NEDERLANDS
🇬🇧

    Observeerden

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • observeren

      Verb/ɔpsɛr'verən; ɔpsɛr'verə/

      infinitief

      observeren

      tegenwoordige tijd

      observeerobserveertobserveren

      verleden tijd

      observeerdeobserveerden

      tegenwoordig deelwoord

      observerendobserverende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning