Ompraten
B1commonZipf 3.4
werkwoord
ompraten
Verb/'ɔmpratən; 'ɔmpratə/infinitief
ompratentegenwoordige tijd
praat omompraatpraten omompratenverleden tijd
praatte omompraattepraatten omompraattentegenwoordig deelwoord
ompratendompratende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.