NEDERLANDS
🇬🇧

    Onteert

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • onteren

      Verb/ɔnt'erən; ɔnt'erə/

      infinitief

      onteren

      tegenwoordige tijd

      onteeronteertonteren

      verleden tijd

      onteerdeonteerden

      tegenwoordig deelwoord

      onterendonterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.