NEDERLANDS
🇬🇧

    Opbeurende

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • opbeuren

      Verb/'ɔbørən; 'ɔbørə/

      infinitief

      opbeuren

      tegenwoordige tijd

      beur opopbeurbeurt opopbeurtbeuren opopbeuren

      verleden tijd

      beurde opopbeurdebeurden opopbeurden

      tegenwoordig deelwoord

      opbeurendopbeurende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning