NEDERLANDS
🇬🇧

    Opblazen

    top5000Zipf 4.1

    werkwoord

    • opblazen

      Verb/'ɔblazən; 'ɔblazə/

      infinitief

      opblazen

      tegenwoordige tijd

      blaas opopblaasblaast opopblaastblazen opopblazen

      verleden tijd

      blies opopbliesbliezen opopbliezen

      tegenwoordig deelwoord

      opblazendopblazende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.