Opbreken
B2commonZipf 3.2
werkwoord
opbreken
Verb/'ɔbrekən; 'ɔbrekə/infinitief
opbrekentegenwoordige tijd
breek opopbreekbreekt opopbreektbreken opopbrekenverleden tijd
brak opopbrakbraken opopbrakentegenwoordig deelwoord
opbrekendopbrekende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.