NEDERLANDS
🇬🇧

    Opdraaien

    B1commonZipf 3.6

    werkwoord

    • opdraaien

      Verb/'ɔbdrajən; 'ɔbdrajə/

      infinitief

      opdraaien

      tegenwoordige tijd

      draai opopdraaidraait opopdraaitdraaien opopdraaien

      verleden tijd

      draaide opopdraaidedraaiden opopdraaiden

      tegenwoordig deelwoord

      opdraaiendopdraaiende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.