Opdrinken
B1commonZipf 3.7
werkwoord
opdrinken
Verb/'ɔbdrɪŋkən; 'ɔbdrɪŋkə/infinitief
opdrinkentegenwoordige tijd
drink opopdrinkdrinkt opopdrinktdrinken opopdrinkenverleden tijd
dronk opopdronkdronken opopdronkentegenwoordig deelwoord
opdrinkendopdrinkende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.