NEDERLANDS
🇬🇧

    Openblijven

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • openblijven

      Verb/'opənblɛɪvən; 'opəblɛɪvə/

      infinitief

      openblijven

      tegenwoordige tijd

      blijf openopenblijfblijft openopenblijftblijven openopenblijven

      verleden tijd

      bleef openopenbleefbleven openopenbleven

      tegenwoordig deelwoord

      openblijvendopenblijvende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning