NEDERLANDS
🇬🇧

    Opengeschoten

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • openschieten

      Verb/'opənsxitən; 'opəsxitə/

      infinitief

      openschieten

      tegenwoordige tijd

      schiet openopenschietschieten openopenschieten

      verleden tijd

      schoot openopenschootschoten openopenschoten

      tegenwoordig deelwoord

      openschietendopenschietende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning