Openmaak
uncommonZipf 2.6
werkwoord
openmaken
Verb/'opənmakən; 'opəmakə/infinitief
openmakentegenwoordige tijd
maak openopenmaakmaakt openopenmaaktmaken openopenmakenverleden tijd
maakte openopenmaaktemaakten openopenmaaktentegenwoordig deelwoord
openmakendopenmakende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.