NEDERLANDS
🇬🇧

    Openmaakte

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • openmaken

      Verb/'opənmakən; 'opəmakə/

      infinitief

      openmaken

      tegenwoordige tijd

      maak openopenmaakmaakt openopenmaaktmaken openopenmaken

      verleden tijd

      maakte openopenmaaktemaakten openopenmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      openmakendopenmakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning