NEDERLANDS
🇬🇧

    Opentrekt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • opentrekken

      Verb/'opəntrɛkən; 'opətrɛkə/

      infinitief

      opentrekken

      tegenwoordige tijd

      trek openopentrektrekt openopentrekttrekken openopentrekken

      verleden tijd

      trok openopentroktrokken openopentrokken

      tegenwoordig deelwoord

      opentrekkendopentrekkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning