Opflikkeren
uncommonZipf 2.5
flikkerend opstijgen; opvrolijken; ophoepelen; herstellen
opflikkeren
Verb/'ɔpflɪkərən; 'ɔpflɪkərə/flikkerend opstijgen; opvrolijken; ophoepelen
infinitief
opflikkerentegenwoordige tijd
flikker opopflikkerflikkert opopflikkertflikkeren opopflikkerenverleden tijd
flikkerde opopflikkerdeflikkerden opopflikkerdentegenwoordig deelwoord
opflikkerendopflikkerendeopflikkeren
Verb/'ɔpflɪkərən; 'ɔpflɪkərə/herstellen
infinitief
opflikkerentegenwoordige tijd
flikker opopflikkerflikkert opopflikkertflikkeren opopflikkerenverleden tijd
flikkerde opopflikkerdeflikkerden opopflikkerdentegenwoordig deelwoord
opflikkerendopflikkerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.