NEDERLANDS
🇬🇧

    Opgebloeid

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • opbloeien

      Verb/'ɔblujən; 'ɔblujə/

      infinitief

      opbloeien

      tegenwoordige tijd

      bloei opopbloeibloeit opopbloeitbloeien opopbloeien

      verleden tijd

      bloeide opopbloeidebloeiden opopbloeiden

      tegenwoordig deelwoord

      opbloeiendopbloeiende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning