NEDERLANDS
🇬🇧

    Opgelopen

    commonZipf 3.7

    werkwoord

    • oplopen

      Verb/'ɔplopən; 'ɔplopə/

      infinitief

      oplopen

      tegenwoordige tijd

      loop opoplooploopt opoplooptlopen opoplopen

      verleden tijd

      liep opopliepliepen opopliepen

      tegenwoordig deelwoord

      oplopendoplopende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.