Opgepast
commonZipf 3.7
werkwoord
oppassen
Verb/'ɔpɑsən; 'ɔpɑsə/infinitief
oppassentegenwoordige tijd
pas opoppaspast opoppastpassen opoppassenverleden tijd
paste opoppastepasten opoppastentegenwoordig deelwoord
oppassendoppassende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.