NEDERLANDS
🇬🇧

    Opgevorderd

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • opvorderen

      Verb/'ɔpfɔrdərən; 'ɔpfɔrdərə/

      infinitief

      opvorderen

      tegenwoordige tijd

      vorder opopvordervordert opopvordertvorderen opopvorderen

      verleden tijd

      vorderde opopvorderdevorderden opopvorderden

      tegenwoordig deelwoord

      opvorderendopvorderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning