NEDERLANDS
🇬🇧
  • Opgewassen
    Adjectivein staat iets aan te kunnen
  • Opwassen
    Verbopgroeien
  • Opwassen
    Verbreinigen

Opgewassen

  • opgewassen

    Adjective

    in staat iets aan te kunnen

    1. vermogen/geschiktheid

      In staat zijn een taak, probleem of tegenstander aan te kunnen; ertegen opgewassen zijn.

      Veel beginnende leraren zijn nog niet opgewassen tegen de hoge werkdruk.

    opgewassen zijn tegenniet opgewassen tegenaan iets opgewassenopgewassen tegen de omstandigheden
  • opwassen

    Verb

    opgroeien

    1. opgroeien

      Groot(er) worden; als kind opgroeien tot volwassene, vaak in een bepaalde plaats of gezin.

      Ik zie mijn kinderen opwassen in dezelfde buurt.

    2. opgewassen zijn tegen

      Sterk of bekwaam genoeg zijn om met iets moeilijks of moeilijks werk om te gaan.

      Zij is niet opgewassen tegen de zware concurrentie.

    opwassen inopwassen totzien opwassenopgewassen zijn tegen
  • opwassen

    Verb

    reinigen

    1. schoonmaken

      Iets schoonmaken met water en vaak zeep; vooral gebruikt voor servies, pannen of kleding (vergelijk: afwassen).

      Na het koken wast zij de pannen op.

    de borden opwassenpannen opwassenkleren opwassenhanden opwassen

Keep learning