NEDERLANDS
🇬🇧

    Opgeworpen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • opwerpen

      Verb/'ɔpwɛrpən; 'ɔpwɛrpə/

      infinitief

      opwerpen

      tegenwoordige tijd

      werp opopwerpwerpt opopwerptwerpen opopwerpen

      verleden tijd

      wierp opopwierpwierpen opopwierpen

      tegenwoordig deelwoord

      opwerpendopwerpende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.