Opjagen
commonZipf 3.6
werkwoord
opjagen
Verb/'ɔpjaɣən; 'ɔpjaɣə/infinitief
opjagentegenwoordige tijd
jaag opopjaagjaagt opopjaagtjagen opopjagenverleden tijd
jaagde opjoeg opopjaagdeopjoegjaagden opjoegen opopjaagdenopjoegentegenwoordig deelwoord
opjagendopjagende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.