NEDERLANDS
🇬🇧

    Opjagen

    commonZipf 3.6

    werkwoord

    • opjagen

      Verb/'ɔpjaɣən; 'ɔpjaɣə/

      infinitief

      opjagen

      tegenwoordige tijd

      jaag opopjaagjaagt opopjaagtjagen opopjagen

      verleden tijd

      jaagde opjoeg opopjaagdeopjoegjaagden opjoegen opopjaagdenopjoegen

      tegenwoordig deelwoord

      opjagendopjagende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.