Opkijken
A2commonZipf 3.6
werkwoord
opkijken
Verb/'ɔpkɛɪkən; 'ɔpkɛɪkə/infinitief
opkijkentegenwoordige tijd
kijk opopkijkkijkt opopkijktkijken opopkijkenverleden tijd
keek opopkeekkeken opopkekentegenwoordig deelwoord
opkijkendopkijkende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.