NEDERLANDS
🇬🇧

    Opleg

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de opleg

      Common noun/'ɔplɛx/

      enkelvoud

      opleg

      meervoud

      opleggen
    • opleggen

      Verb/'ɔplɛɣən; 'ɔplɛɣə/

      infinitief

      opleggen

      tegenwoordige tijd

      leg opopleglegt opoplegtleggen opopleggen

      verleden tijd

      legde opoplegdelegden opoplegden

      tegenwoordig deelwoord

      opleggendopleggende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning