NEDERLANDS
🇬🇧

    Opmonteren

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • opmonteren

      Verb/'ɔpmɔntərən; 'ɔpmɔntərə/

      infinitief

      opmonteren

      tegenwoordige tijd

      monter opopmontermontert opopmontertmonteren opopmonteren

      verleden tijd

      monterde opopmonterdemonterden opopmonterden

      tegenwoordig deelwoord

      opmonterendopmonterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning