Opwegen
uncommonZipf 2.3
werkwoord
opwegen
Verb/'ɔpweɣən; 'ɔpweɣə/infinitief
opwegentegenwoordige tijd
weeg opopweegweegt opopweegtwegen opopwegenverleden tijd
woog opopwoogwogen opopwogentegenwoordig deelwoord
opwegendopwegende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.