NEDERLANDS
🇬🇧

    Opzien

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het opzien

      Common noun/'ɔpsin/

      enkelvoud

      opzien
    • opzien

      Verb/'ɔpsin/

      infinitief

      opzien

      tegenwoordige tijd

      zie opopzieziet opopzietzien opopzien

      verleden tijd

      zag opopzagzagen opopzagen

      tegenwoordig deelwoord

      opziendopziende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning