NEDERLANDS
🇬🇧

    Overdragen

    B1commonZipf 3.4

    werkwoord

    • overdragen

      Verb/'ovərdraɣən; 'ovərdraɣə/

      infinitief

      overdragen

      tegenwoordige tijd

      draag overoverdraagdraagt overoverdraagtdragen overoverdragen

      verleden tijd

      droeg overoverdroegdroegen overoverdroegen

      tegenwoordig deelwoord

      overdragendoverdragende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.