NEDERLANDS
🇬🇧

    Overlappen

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; deels samenvallen met; met een of meer lappen bedekken

    • de overlap

      Common noun/'ovərlɑp/

      enkelvoud

      overlap

      meervoud

      overlappen
    • overlappen

      Verb/ovər'lɑpən; ovər'lɑpə/

      deels samenvallen met

      infinitief

      overlappen

      tegenwoordige tijd

      overlapoverlaptoverlappen

      verleden tijd

      overlapteoverlapten

      tegenwoordig deelwoord

      overlappendoverlappende
    • overlappen

      Verb/ovər'lɑpən; ovər'lɑpə/

      met een of meer lappen bedekken

      infinitief

      overlappen

      tegenwoordige tijd

      overlapoverlaptoverlappen

      verleden tijd

      overlapteoverlapten

      tegenwoordig deelwoord

      overlappendoverlappende
    • overlappen

      Verb/'ovərlɑpən; 'ovərlɑpə/

      opnieuw lappen

      infinitief

      overlappen

      tegenwoordige tijd

      lap overoverlaplapt overoverlaptlappen overoverlappen

      verleden tijd

      lapte overoverlaptelapten overoverlapten

      tegenwoordig deelwoord

      overlappendoverlappende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning