NEDERLANDS
🇬🇧

    Overmaakt

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • overmaken

      Verb/'ovərmakən; 'ovərmakə/

      infinitief

      overmaken

      tegenwoordige tijd

      maak overovermaakmaakt overovermaaktmaken overovermaken

      verleden tijd

      maakte overovermaaktemaakten overovermaakten

      tegenwoordig deelwoord

      overmakendovermakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning