NEDERLANDS
🇬🇧

    Overtrokken

    uncommonZipf 2.5

    adjectief; bekleden; overdreven voorstellen; voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken

    • overtrokken

      Adjective/ovər'trɔkən; ovər'trɔkə/

      stellende trap

      overtrokkenovertrokkens

      vergrotende trap

      overtrokkenerovertrokkeners

      overtreffende trap

      overtrokkenstovertrokkenste
    • overtrekken

      Verb/ovər'trɛkən; ovər'trɛkə/

      bekleden; overdreven voorstellen

      infinitief

      overtrekken

      tegenwoordige tijd

      overtrekovertrektovertrekken

      verleden tijd

      overtrokovertrokken

      tegenwoordig deelwoord

      overtrekkendovertrekkende
    • overtrekken

      Verb/'ovərtrɛkən; 'ovərtrɛkə/

      voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken

      infinitief

      overtrekken

      tegenwoordige tijd

      trek overovertrektrekt overovertrekttrekken overovertrekken

      verleden tijd

      trok overovertroktrokken overovertrokken

      tegenwoordig deelwoord

      overtrekkendovertrekkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning