NEDERLANDS
🇬🇧

    Overwinteren

    B2uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • overwinteren

      Verb/ovər'wɪntərən; ovər'wɪntərə/

      infinitief

      overwinteren

      tegenwoordige tijd

      overwinteroverwintertoverwinteren

      verleden tijd

      overwinterdeoverwinterden

      tegenwoordig deelwoord

      overwinterendoverwinterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning