NEDERLANDS
🇬🇧

    Passerende

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; adjectief

    • passeren

      Verb/pɑ'serən; pɑ'serə/

      infinitief

      passeren

      tegenwoordige tijd

      passeerpasseertpasseren

      verleden tijd

      passeerdepasseerden

      tegenwoordig deelwoord

      passerendpasserende
    • passerend

      Adjective/pɑ'serənt/

      stellende trap

      passerendpasserendepasserends

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning