NEDERLANDS
🇬🇧

    Plaatsgehad

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • plaatshebben

      Verb/'platshɛbən; 'platshɛbə/

      infinitief

      plaatshebben

      tegenwoordige tijd

      heeft plaatsplaatsheefthebben plaatsplaatshebben

      verleden tijd

      had plaatsplaatshadhadden plaatsplaatshadden

      tegenwoordig deelwoord

      plaatshebbendplaatshebbende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning