NEDERLANDS
🇬🇧

    Plens

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de plens

      Common noun/'plɛns/

      enkelvoud

      plensplensje

      meervoud

      plenzenplensjes
    • plenzen

      Verb/'plɛnzən; 'plɛnzə/

      infinitief

      plenzen

      tegenwoordige tijd

      plensplenstplenzen

      verleden tijd

      plensdeplensden

      tegenwoordig deelwoord

      plenzendplenzende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning