NEDERLANDS
🇬🇧

    Positioneren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • positioneren

      Verb/poziʃo'nerən; poziʃo'nerə; pozitʃo'nerən; pozitʃo'nerə; pozisjo'nerən; pozisjo'nerə/

      infinitief

      positioneren

      tegenwoordige tijd

      positioneerpositioneertpositioneren

      verleden tijd

      positioneerdepositioneerden

      tegenwoordig deelwoord

      positionerendpositionerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning