NEDERLANDS
🇬🇧

    Prenten

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • prenten

      Verb/'prɛntən; 'prɛntə/

      infinitief

      prenten

      tegenwoordige tijd

      prentprenten

      verleden tijd

      prentteprentten

      tegenwoordig deelwoord

      prentendprentende
    • de prent

      Common noun/'prɛnt/

      enkelvoud

      prentprentje

      meervoud

      prentenprentjes

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.