NEDERLANDS
🇬🇧

    Presenteren

    B1commonZipf 3.6

    werkwoord

    • presenteren

      Verb/prezɛn'terən; prezɛn'terə/

      infinitief

      presenteren

      tegenwoordige tijd

      presenteerpresenteertpresenteren

      verleden tijd

      presenteerdepresenteerden

      tegenwoordig deelwoord

      presenterendpresenterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.