NEDERLANDS
🇬🇧

    Prikkelen

    uncommonZipf 2.7

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • prikkelen

      Verb/'prɪkələn; 'prɪkələ/

      infinitief

      prikkelen

      tegenwoordige tijd

      prikkelprikkeltprikkelen

      verleden tijd

      prikkeldeprikkelden

      tegenwoordig deelwoord

      prikkelendprikkelende
    • de prikkel

      Common noun/'prɪkəl/

      enkelvoud

      prikkelprikkeltje

      meervoud

      prikkelsprikkeltjes

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.