Primeert
uncommonZipf 2.1
overheersen; bekronen
primeren
Verb/pri'merən; pri'merə/overheersen
infinitief
primerentegenwoordige tijd
primeerprimeertprimerenverleden tijd
primeerdeprimeerdentegenwoordig deelwoord
primerendprimerendeprimeren
Verb/pri'merən; pri'merə/bekronen
infinitief
primerentegenwoordige tijd
primeerprimeertprimerenverleden tijd
primeerdeprimeerdentegenwoordig deelwoord
primerendprimerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.