NEDERLANDS
🇬🇧

    Proest

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de proest

      Common noun/'prust/

      enkelvoud

      proest

      meervoud

      proesten
    • proesten

      Verb/'prustən; 'prustə/

      infinitief

      proesten

      tegenwoordige tijd

      proestproesten

      verleden tijd

      proestteproestten

      tegenwoordig deelwoord

      proestendproestende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning