NEDERLANDS
🇬🇧

    Projecteerden

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • projecteren

      Verb/projɛk'terən; projɛk'terə/

      infinitief

      projecteren

      tegenwoordige tijd

      projecteerprojecteertprojecteren

      verleden tijd

      projecteerdeprojecteerden

      tegenwoordig deelwoord

      projecterendprojecterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning