NEDERLANDS
🇬🇧

    Prolongeren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • prolongeren

      Verb/prolɔŋ'ɣerən; prolɔŋ'ɣerə/

      infinitief

      prolongeren

      tegenwoordige tijd

      prolongeerprolongeertprolongeren

      verleden tijd

      prolongeerdeprolongeerden

      tegenwoordig deelwoord

      prolongerendprolongerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning