NEDERLANDS
🇬🇧
  • Puber(de)
    Common nouniemand in de puberteit
  • Puberen
    Verbin de puberteit zitten zich als

Puber

  • depuber

    Common noun

    iemand in de puberteit

    1. leeftijd

      Iemand (meestal een tiener) die in de puberteit zit en lichamelijke en emotionele veranderingen doormaakt.

      De puber in de klas vraagt om meer privacy en maakt vaak ruzie met zijn ouders.

    2. gedrag (informeel)

      Iemand die zich kinderachtig of onvolwassen gedraagt; vaak figuurlijk gebruikt voor volwassenen.

      Tijdens het debat gedroeg de politicus zich als de puber die hij vroeger was.

    de pubereen puberlastige puberpuberjarenpuberstreken
  • puberen

    Verb

    in de puberteit zitten; zich als puber gedragen

    1. puberteit

      De lichamelijke en geestelijke veranderingen van de puberteit doormaken; in de fase zitten waarin je van kind naar volwassene groeit.

      Mijn dochter is aan het puberen en heeft soms last van stemmingswisselingen.

    2. zich gedragen

      Zich onvolwassen, lastig of rebelser gedragen zoals veel (jonge) pubers doen.

      Sinds hij op de middelbare school zit, pubert hij en reageert hij vaak boos.

    aan het puberen zijnbeginnen te puberenvroeg puberenlaat puberen

Keep learning