NEDERLANDS
🇬🇧

    Pulsen

    uncommonZipf 2.6

    cilinder; impuls; werkwoord

    • de puls

      Common noun/'pʏls/

      cilinder

      enkelvoud

      pulspulsje

      meervoud

      pulsenpulsjes
    • de puls

      Common noun/'pʏls/

      impuls

      enkelvoud

      pulspulsje

      meervoud

      pulsenpulsjes
    • pulsen

      Verb/'pʏlsən; 'pʏlsə/

      infinitief

      pulsen

      tegenwoordige tijd

      pulspulstpulsen

      verleden tijd

      pulstepulsten

      tegenwoordig deelwoord

      pulsendpulsende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning